Typisch

Marcel is een doorsnee man. Een soldaat die drie oorlogen heeft uitgevochten:
een met zijn leeftijd, een met zijn haar en een met zijn overgewicht.
Hij heeft ze allemaal verloren.

Dobberend door het leven als een kale, dertigjarige drenkeling in zijn eigen zee van vet. Zoals een echte soldaat is Marcel ook bovenmatig bedreven met een tandenborstel. Met de glans van zijn gebit kan hij vriend en vijand verblinden, maar zijn grootste wapen is misschien wel zijn semi-automatische gevoel voor humor. Als een machinegeweer ratelt hij de ene mop na de andere, hij bombardeert elk feestje met rake grappen tot een lachsalvo de enige denkbare tegenaanval is.

Alleen: in zijn hoofd klinkt elke avond triest trompetgeschal wanneer hij door zijn gedachten marcheert. Een oorlog of drie is niet het enige wat hij verloor.
Vorige week ook zijn job: hij was goochelaar.

Een week geleden hopte hij nog in een te duur restaurant van tafel naar tafel en liet met zijn worstige vingers entrecotes verdwijnen, servetten zichzelf strikken en te dure wijn in water veranderen. (Om nadien in het toilet zelf de wijn uit zijn jaszak te slurpen. Dat soort smeerlap was hij wel.)

Waarom hij zijn job kwijt is? Hij kan het niet meer. Liegen. Hij kan niet meer liegen. Hij wil niet naar een of andere hel getoverd worden, hij wil eerlijk zijn en rijstpap eten met lepeltjes waarmee zelfs Uri zich niet kan laten gelden. En dat is problematisch, want het enige waar een goochelaar eerlijk over kan zijn is: zijn oneerlijkheid. It’s not all smoke and mirrors, it’s lies as well.

Hij kan het dus niet meer. Zijn toverstokken heeft hij opgestookt, zijn fluwelen doekjes heeft hij opgedoekt  en zijn duiven liet hij vliegen. Een job armer, een illusie rijker. Elke avond sleept hij zich door zijn gedachten, op zoek naar een nieuwe passie. Ballonplooien leek hem wel een luchtig nieuw pad, maar uiteindelijk is dat ook maar iets voor plooiers. Als koetsier zou hij hoedanook de teugels verliezen en bij glasblazen ontmoet je ook alleen maar blaaskaken.

Dus besloot Magic Marcel op een betoverende herfstdag zijn vingervlugheid in te zetten als typist bij wijlen Koning Boudewijn. Jawel, wijlen. De man in kwestie is inderdaad volstrekt wettig en officieel dood. Toch wordt nog steeds –zoals de traditie het voorschrijft- een deel van de dotatie van het huidige staatshoofd afgehouden voor de vergoeding van de persoonlijke typist van Koning Boudewijn.

Een gewone dag in het leven van Marcel start tegenwoordig met omstreeks 8u27 inprikken in de Koninklijke Crypte en plaatsnemen aan de Olivetti typmachine uit het Koninklijke Erfgoed net naast het bloemstuk dat met eerder genoemde dotatie om de twee weken vervangen wordt door Helène, een bloedmooie Franstalige freule. Met opgeblonken schoenen en ditto smoelwerk is het zijn taak om de eventuele doodsreutel van de gewezen monarch nauwgezet te noteren en te archiveren. Aan materiaal in ieder geval geen gebrek: een karrevracht aan goochelduifwit papier, twee noodgevalpennen (voor het geval de typmachine weigert) en drie archiefkasten met elk 6 lades, voorlopig volstrekt ongebruikt: Boudewijn is zoals u kan vermoeden postuum niet bijzonder vrijpostig met woorden. Qua kledij moet Marcel zich ook al geen zorgen maken: van de mannen uit Laken kreeg hij een hemd en van datzelfde Laken een broek. Wat werkzekerheid betreft zit hij ook op rozen, want hoewel zijn meester zich reeds in indrukwekkende staat van ontbinding bevindt, is de kans dat hun samenwerking ontbonden wordt te verwaarlozen. In het testament van de intussen bedorven Boudewijn stonden namelijk drie wensen: dat er te allen tijde een typist in zijn nabijheid zou zijn, voor het geval hij uit het hiernamaals zou wederkeren en zijn automortografie zou willen schrijven, dat zijn vrouw nooit een abortus zou laten uitvoeren (ze heeft nooit die ambitie gehad) en dat zijn goudvis elke dag zijn gewicht in glitters mocht eten. Die laatste wens werd op medisch advies nooit ingewilligd.

Vandaag is geen dag als alle andere.  Marcel zit zoals steeds vastberaden vastgenageld aan zijn bureau in de koninklijke crypte. Maar dan gebeurt het ondenkbare: Marcel begint zich te vervelen. Hij verliest de passie voor het wachten. Het eindeloze hunkeren naar het minste zuchtje van de morsdode vorst wordt hem te veel. Hij verveelt zich –en het spijt me dat er geen andere manier is om dit te zeggen, maar- hij verveelt zich dood.

Nu is het zo dat er een regel is die zegt dat er onmiddellijk een nieuwe typist voor de typist gezocht moet worden, voor het geval de koningsreutel wel nog gehoord werd door de eerste typist, maar niet meer genoteerd kon worden alvorens het overlijden van de eerste typist. Mocht de eerste typist postuum nog zo vrij zijn de doodsreutel van de koning over te dragen aan de tweede typist, dan kan deze die noteren en is er niks behalve het leven van de eerste typist verloren. Typisch.

Marcel bleek echter onvervangbaar. De hofhouding liet alle mannen van het land verzamelen op het kasteel, ze werden onderworpen aan reuteltesten en rigormortismetingen, maar geen van hen doorstond de selectie. Dit is geen verhaal van glazen muiltjes en prinsessen die er wel of niet in passen, dit is het trieste verhaal van het einde van de laatste levenswens van een gewezen koning.

Advertenties

~ door Bagaasj Perdu op oktober 26, 2016.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: