2-1 = 0
‘Hoe veel beteken ik voor u?’
‘Niks’
‘Hoe veel precies?’
‘Gij, gij zijt nog geen tachtigste van mij. Als wij één waren, dan waart gij nog niet eens de helft van ons. Ik ben een breuk en gij zijt een nul in mijn noemer: gij moet altijd vanboven en gij wilt dat niet. Maar het kan niet anders. Ge wilt tegelijk vier en een priemgetal zijn. Ge zijt een twaalf in al uw onevenheid. Gij hebt borsten als een platte acht en ik een vreemd gevoel tot de vijfde macht. Het is haast wiskundig: gij en ik, wij zijn 0 en ∞, ik ben alles en gij zijt niks.
Gij zijt nog geen tachtigste van wat wij nooit zijn geweest.’
‘…’
’2-1=0′

Niet alleen wiskundig, maar ook zeer emotioneel negatief. Maar debk eraan, tussen nul en oneindig vind een mens de mooiste dingen?