Ik vvil jou.
‘Wat is er eigenlijk tussen ons?’
‘Er is weinig.’
‘Wat is er dan wel?’
‘Er is vooral veel vel. Het schuurt zich elke keer tussen ons in. Het lijkt de bewaker van mijn genegenheid. Ik wou dat we allebei geen huid hadden, zodat ik mijn gevoelens rechtstreeks in die van u kon duwen, zonder me een weg te hoeven praten door uw lijf vol valstrikken. Eén verkeerd woord en uw mond hoest een stroom vol haat, één verkeerde beweging en uw benen klappen toe. Ik ben een mug en gij zijt een olifant. Ik wil u prikken, een beetje van u drinken en u achterlaten met een klein bultje vol lieve woorden. Maar gij zijt gepantserd tegen mijn pogingen, hoe ontwapenend ze ook zijn.
Ik wil van mijn mug uw olifant maken.’
‘…’
‘Het is lastig om te leven met te veel vel tussen ons in. Ik vil je. Ik vil je zo hard.’

mooi mooi mooi
ai wat fijn…dat prikken ook
mooi!