Dan Q. is een buitengewoon aardige jongen.
Hij spreekt altijd met twee woorden.
“Fuck you”, “Rot op” en “Val dood”
Stomme geit.

Dan Q. is een buitengewoon aardige jongen.
Hij spreekt altijd met twee woorden.
“Fuck you”, “Rot op” en “Val dood”
Stomme geit.
Eerst de bons en dan een blauwtje.
Woorden die beginnen met een b zijn duivels.
Bah.
In ons vorige leven sloegen we nooit een Valentijn over, we aten steevast neergepijlde cupido aan ‘t spit en keken elkaar dan lief aan. We knipoogden vaak, dat was onze manier van zoenen als onze monden te ver van elkaar waren, we knipoogden een gaatje in elkaars klantenkaartje, klant is koning, ook al had jij iets meer weg van een prinses. Eén keertje sloegen we Valentijn over, uit eerbied voor al degenen die niet zo’n perfect leven als ons hadden, er moest toch ergens een vlekje op ons verder smetteloze bestaan zitten, wij deelden en beminden onze vlekjes. Ik had een plattegrond gemaakt van alle vlekjes op je huid, als een sterrenkaart, we hadden onze eigen vlekjeshoroscoop, jij was ‘emmer’ (naar de vijf vlekjes op je rug) en ik was ‘druppel’ (dat ene stipje achter je oor), we hadden lol toen we erachter kwamen dat ik de druppel was die jouw emmer deed overlopen. Druppel per druppel ging ons bloed meer en meer gelijk stromen, tot onze harten als atoomklokjes gelijk liepen…
Ik heb te veel fantasie. ‘t Zou zo mooi zijn, als het echt was (geweest).
Als u dit herkent, dan mag u zich gelukkig noemen, want dan zie ik u graag, ook al weet je dat zelf nog niet. Als u dit niet herkent, moet u zich afvragen of u dit per sms zou willen ontvangen.
Laat mij u een verhaal, over vier levens, te kort om te vertellen, vertellen. Het is een kort verhaal, maar geen kortverhaal. U moet niet zoeken naar een volta, een pointe of een rode draad, want die is er niet. Als u een sprookje wil, moet u maar stoppen met lezen. Dit is een anti-sprookje. Het duurde te kort, maar er wordt (met een rode draad) aan verdergebreid.
Hij, dat is een zeventienjarige jongen zonder huidkanker, kwam bij haar, dat is een zeventienjarig meisje dat te mooi is om waar te zijn, prachtig haar, een betoverende glimlach en een leuke stem heeft en meer onzinnige, slijmerige zooi die u toch niet gelooft. Hij stond er maar een beetje idioot bij, zo in een halve broek onder de modder onder het lampje in de voorhal. Zij straalde, op haar manier. Hij ook, maar niet op haar manier.
Terwijl hij keurig, voor het eerst in zijn leven, twee washandjes gebruikte, goot zij zichzelf in een prachtig paars kleedje (want hij houdt van alliteraties) dat vrolijk zwieberde bij het opdienen, alsof ze zichzelf wou opdienen, hij had dat niet eens zo erg gevonden, zo ziek was hij wel. Ze droeg één van de servetringen rond haar duim, hij weet dat dat weinig flatterend klinkt, maar hij vond het mooi. Hij is geen betrouwbare bron, die avond vond hij alles mooi. Het was er koud, hij vroeg zich af hoe ze ’t redde in zo’n dun kleedje, of ze geen warme jongen nodig had, ook al zijn vele jongens kouder dan haar verwarming.
Ze praatten over vorige levens, waarin ze dwergenmakers en prinsentemmers waren, ze met blikjes telefoneerden en bovenal de eeuwige liefde gevonden hadden, zo eeuwig dat ze samen hoopten dat ze in deze eeuw ook nog zou verdergaan. Twee levens waarin niets voor de hand lag, maar alles volmaakt was. Maar ze waren allebei een beetje onwennig, zo in een nieuw leven, in een nieuw lichaam. Hij fantaseerde haar in plakjes in zijn diepvries, zij bekeek hem toen raar, maar vond dat in de zomer niet erg, ter verfrissing, als het heet was. Hij wou haar zorgen wegnemen, maar kwam er niet toe, zijn handen waren er die dag niet toe in staat.
Ze keken naar een film. Het deed er niet toe welke, als het maar Slumdog Millionaire was. Per vraag naar de 20.000.000 Rs kwamen ze een halve centimeter dichter, maar ze hadden er, om het echt sprookjesachtig te maken, nog tien miljoen meer nodig. Hij dacht: de volgende keer neem ik een akeligere film, dan grijpt ze naar mijn arm, want hij hield wel van die aanraking, ook al was ze scherp en angstig.
Ze werd moe van zijn complimentjes.
Doodmoe.
Op naar een volgend leven.
Hij ging weg, met een volle maag en een leeg hoofd.
Op het Drongenplein moest hij aan haar denken.
Neen, dat is niet helemaal waar, hij was al de hele tijd aan haar aan het denken:
wat hij anders had moeten doen, wat hij moest gezegd hebben, hoe het hem in een ander leven verging.
Zij is aartsmooi.
En hij, denkt hij, een beetje verliefd.
Op zijn vorig leven.
Hun hoofden zaten vol ledigheid.
We tellen het zwart tussen de sterren, we zoenen zelden, we gaan niet naar Parijs, we vergeten valentijn, we doen niet van zjg en hvj en nwly, we missen elkaar, maar zeggen het niet, we vinden elkaar middelmatig mooi, we verbeelden ons geen vlinders, we hebben geen sneller hart, we vertikken picknicken, we hebben geen geposeerde foto’s, we hebben geen hartjesketting, we hebben niets van me-to-you, we haten hartjes, we gaan ooit uit elkaar, we weten dat.
We houden niet van clichés.
door hun ogen